Wanneer de met dispersieverf geverfde stof in het verfbad is afgekoeld en er een kleurstalenmonster is genomen en vergeleken met een standaardkleurstaal, en de kleurtint van de geverfde stof na het wassen en behandelen enigszins afwijkt van die van het standaardstaal, kan kleurcorrectie worden toegepast. Bij grote kleurverschillen moet het verwijderen van de verf en opnieuw verven worden overwogen.
Kleurcorrectie
Voor stoffen met een lichte kleurafwijking kunnen de volgende methoden worden gebruikt: Wanneer de uitputtingsgraad laag is en er veel verf in de restvloeistof achterblijft, kan dit worden gecorrigeerd door de verftijd te verlengen of de verftemperatuur te verhogen. Bij een iets hogere verfdiepte kan dit kleurverschil ook worden gecorrigeerd door oppervlakteactieve stoffen toe te voegen en te egaliseren.
1.1 Methoden voor kleurherstel
Voordat u de kleur aanpast, moet u de kleur van de geverfde stof en de aard van de verfoplossing volledig begrijpen. De volgende methoden kunnen worden gebruikt om de kleur te wijzigen:
(1) Het is niet nodig het geverfde object uit het verfbad te verwijderen, maar de verfoplossing af te koelen tot 50-70℃ en de op de juiste wijze voorbereide kleurstof voor kleurcorrectie toe te voegen;
Verwarm het vervolgens voor het verven.
(2) De geverfde stof wordt uit de verfmachine gehaald en vervolgens in een andere verfmachine geworpen, waarna het verfproces wordt uitgevoerd met behulp van de kookverfmethode en de geleide verfmethode.
1.2 De eigenschappen van kleurcorrigerende verfstoffen
Het wordt aanbevolen dat de voor kleurcorrectie gebruikte kleurstoffen de volgende eigenschappen hebben: (1) De kleurstoffen worden niet beïnvloed door oppervlakteactieve stoffen en hebben een langzame kleurwerking. Tijdens de kleurcorrectie blijft een grote hoeveelheid anionische oppervlakteactieve stof in de kleurstof achter in de verfoplossing. Een kleine hoeveelheid van de kleurcorrectiekleurstof zal hierdoor een langzame kleurwerking vertonen. Daarom moeten kleurstoffen voor kleurcorrectie worden gekozen die niet gemakkelijk worden beïnvloed door oppervlakteactieve stoffen en een langzame kleurwerking hebben.
(2) Stabiele kleurstoffen die niet gemakkelijk worden aangetast door hydrolyse en reductieve ontleding. Kleurstoffen voor kleurherstel, wanneer ze worden gebruikt bij zeer lichte kleurherstelwerkzaamheden, worden gemakkelijk gehydrolyseerd of afgebroken door reductie. Daarom moeten kleurstoffen worden gekozen die niet door deze factoren worden aangetast.
(3) Kleurstoffen met goede egaliserende eigenschappen. Moeten een goed egaliserend vermogen hebben om een egaliserend effect te verkrijgen.
(4) Kleurstoffen met een uitstekende lichtechtheid. De hoeveelheid kleurstoffen die voor kleurcorrectie wordt gebruikt, is meestal erg klein. Daarom zijn de sublimatie- en natechtheid erg belangrijk, maar niet zo urgent als de lichtechtheid. Over het algemeen worden de kleurstoffen die voor kleurcorrectie worden gebruikt, geselecteerd uit de kleurstoffen die in de oorspronkelijke verfformule werden gebruikt. Deze kleurstoffen voldoen echter soms niet aan de bovenstaande voorwaarden. In dat geval wordt aanbevolen om de volgende kleurstoffen te kiezen die geschikt zijn voor kleurcorrectie.
verf:
CI (Kleurindex): Disperse Geel 46; Disperse Rood 06; Disperse Rood 146; Disperse Violet 25; Disperse Violet 23; Disperse Blauw 56.
Afpellen en opnieuw kleuren
Als de kleur van de geverfde stof afwijkt van het standaardmonster en dit niet kan worden gecorrigeerd door bij te knippen of egaal te verven, moet de stof worden ontdaan van de verf en opnieuw worden geverfd. Poly-cool vezels hebben een sterk kristallijne structuur. Daarom is het met gangbare methoden onmogelijk om de verf volledig te verwijderen. Een zekere mate van verwijdering is echter wel mogelijk, en bij het opnieuw verven en herstellen van de kleur hoeft de stof niet volledig te worden ontdaan van de verf.
2.1 Deel van het stripmiddel
Deze ontkleuringsmethode maakt gebruik van de vertragende werking van oppervlakteactieve stoffen om de kleur te verwijderen. Hoewel het ontkleuringseffect vrij gering is, zal het de kleurstof niet afbreken of de textuur van de geverfde stof aantasten. De gebruikelijke ontkleuringsomstandigheden zijn: hulpstof: 2-4 liter niet-ionogene oppervlakteactieve stof, 10 liter anionogene oppervlakteactieve stof, temperatuur: 130 °C, inwerktijd: 30-60 minuten. Zie tabel 1 voor de ontkleuringsprestaties.
2.2 Herstel van de schilfering
Bij deze afpelmethode wordt de geverfde stof verhit in de warmtegeleidende zone om de kleur los te weken. Vervolgens wordt een reductiemiddel gebruikt om de afgebroken kleurstof te vernietigen en de afgebroken kleurstofmoleculen zoveel mogelijk van de vezels te scheiden. Het afpelresultaat is beter dan bij de gedeeltelijke afpelmethode. Er kleven echter nog steeds veel problemen aan deze methode. Zoals het opnieuw hechten van de beschadigde en afgebroken kleurstofmoleculen; de kleur na het afpellen zal sterk afwijken van de oorspronkelijke kleur; de textuur en de verfopnamecapaciteit van de geverfde stof zullen veranderen; het aantal verfgaten in de vezels zal afnemen, enzovoort.
De reductiestripmethode wordt daarom alleen gebruikt wanneer de eerdere gedeeltelijke stripmethode niet naar tevredenheid kan worden gecorrigeerd. Het recept voor het kleurreductieproces is als volgt:
Kleurstofgeleidingsmiddel (meestal emulsietype) 4 g/l
Niet-anionische ionische oppervlakteactieve stof 2 g/L
Natronloog (35%) 4 ml/l
Verzekeringspoeder (of Dekuling) 4 g/L
Temperatuur 97~100℃
Duur: 30 minuten
2.3 Oxidatie-afschilferingsmethode
Deze ontkleuringsmethode maakt gebruik van oxidatie om de kleurstof af te breken en te verwijderen, en heeft een beter ontkleuringseffect dan de reductiemethode. Het recept voor het oxidatie-ontkleuringsproces is als volgt:
Kleurstofgeleidingsmiddel (meestal emulsietype) 4 g/l
Mierenzuur (formiaat) 2 ml/l
Natriumchloriet (NaClO2) 23 g/l
Chloorstabilisator 2 g/l
Temperatuur 97~100℃
Duur: 30 minuten
2.4 zware vlekken
De gangbare verfmethoden kunnen worden gebruikt om de ontkleurde stof opnieuw te verven, maar de verfbaarheid van de geverfde stof moet eerst worden getest, dat wil zeggen dat er een proefverfproef moet worden uitgevoerd. De verfbaarheid kan namelijk beter zijn dan vóór het ontkleuren.
Samenvatten
Wanneer een effectievere kleurverwijdering gewenst is, kan de stof eerst geoxideerd en vervolgens ontkleurd worden, en daarna gereduceerd. Omdat zowel reductie- als oxidatiebehandeling de geverfde stof kan laten kreuken, waardoor de stof ruw en hard aanvoelt, moet hier in het productieproces zorgvuldig rekening mee worden gehouden, met name met betrekking tot de ontkleuring van de verschillende kleurstoffen zoals weergegeven in Tabel 1. Kleurprestaties. Onder de voorwaarde dat de kleur overeenkomt met het standaardkleurmonster, wordt over het algemeen een mildere reparatiemethode gebruikt. Alleen op deze manier blijft de vezelstructuur intact en neemt de scheursterkte van de stof niet sterk af.
Geplaatst op: 13 juli 2021




